OETERDAL:

Het Oeterdal wordt ook wel “Klein-Zwitserland” genoemd in verband met zijn natuurschoon van bossen, heide en duinen. In de bossen ligt het natuurbad “De Wouterbron”, gevoed door 3 grote en 17 kleine natuurbronnen.

Het Oeterdal werd in de ijstijd gevormd rond de oevers van de Bosbeek, die in Neeroeteren en Opoeteren bekend staat als de Oeter. U kunt duidelijk zien hoe de hellingen aan de noordzijde afgeplat zijn door schuivend smeltijs op het einde van de ijstijd.

Vallei van de Bosbeek
De Bosbeek ontspringt aan de rand van het Kempisch plateau, ten oosten van de mijnterrils van Waterschei, op een hoogte van ca 76 meter boven het zeeniveau. Van hieruit zoekt de beek over een afstand van 26 km zijn weg richting Maas, waar ze in Aldeneik uitmondt op een hoogte van 28 meter boven de zeespiegel.
De natuurlijk meanderende bovenloop met een zeer goede waterkwaliteit wordt omzoomd door aaneengesloten elzenbroek- en veenbossen, natte heide, rietvelden en kleinschalige hooilandjes. Hogerop in de vallei gaan de nattere vegetaties over in droge heidevegetaties en landduincomplexen.
“Dit grotendeels intacte beekdalsysteem is een zeldzaamheid voor Vlaanderen” (volgens het Vlaams Ministerie van Leefmilieu die de vallei erkende als ‘habitatgebied’.)

Beken zijn levensaders door het landschap
Water is de bron van leven in de natuur. Dieren, planten en alle levende organismen die ons omringen koesteren zich in de aanwezigheid ervan. En ook de mens is sinds zijn prille bestaan onlosmakelijk verbonden met water. Onze voorouders vestigden zich bij waterlopen, waar zij zich overvloedig konden laven en waar hun dieren en gewassen welig gedijden. In huidige tijden is onze afhankelijkheid van de beken en stromen wellicht minder voelbaar. Doch als u enige tijd in de nabijheid van het borrelende kronkelende water vertoeft, voelt u zich als herboren. Nergens is zoveel leven als op de grens tussen land en (zuiver) water. Onze beken zijn kraamkamers voor heel wat vissen en een toevluchtsoord voor vogels, reptielen, insecten, planten en andere wondere wezens uit de natuur. Kom op ontdekkingsreis in de Kempische beekdalen en uw korte vakantie is op voorhand geslaagd. Met de kaarten en geleidegidsen van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland fietst of wandelt u lustig door onze waterparadijzen en leert u in ‘t voorbijgaan nog een en ander over het ontstaan van onze prachtige landschappen tijdens de lang vervlogen ijstijden; over flora en fauna langs de oevers van Itter, Oeter, Stiemer en Abeek; over culturele en historische blikvangers ...

Bosbessen
In de uitgestrekte bossen gaat de natuur met zijn geuren, kleuren en allerlei bekend en onbekend leven, zijn gang. De torenhoge naaldbomen zorgen in de zomer voor koele schaduw en tijdens gure dagen voor windstilte. Op de bodem treft u varens, grassen, en… bosbessen – planten die met weinig licht en arme grond tevreden zijn. Hartje zomer zijn de bosbessen rijp voor de pluk. Een emmertje vol voor op het ijsje of bij de pannekoek is al een bescheiden titanenwerk. Maar u wordt er dan ook ruimschoots voor beloond: de bosbessen smaken heerlijk en zijn heel gezond!
Landduinen
De Oetervallei begrenst het zuidelijk deel van een duinengordel. De oudsberg is één van die typische duinen en vormt het hoogste punt van Limburg. In tegenstelling tot andere duinen werd de Oudsberg (momenteel staatsnatuurreservaat) niet met naaldhout bebost. Plaatselijk krijgt de heide zelfs opnieuw een kans. De stemmige Onze-Lieve-Vrouwe-berg ligt dan weer wel in deze ‘eeuwig zingende bossen’.

Cultuur:
De streek biedt u een rijke cultuur die op meerdere vlakken grensoverschrijdend is. We zitten immers op de grens tussen Belgisch en Nederlands Limburg, en het eerste Duitse dorp is slecht 10 km ver. Bovendien situeert zich hier de overgang tussen Kempen en Maasland en geniet u van de contrasten tussen een stadscultuur en de geplogenheden van het agrarische platteland.